Woord vooraf

Een blog over de Agion Oros (Athos), de Tuin van de Moeder Gods, het spirituele centrum van het oosters-orthodoxe christendom.
En dus ook over kloosters, pelgrimeren en ikonen. (Tekst in geel bevat een link)
Wilt u op de hoogte blijven van nieuwe blogs? Abonneer u onderaan deze pagina.

zondag 25 maart 2012

117- ATHOS: ONBEREIKBAAR.....

Journalist en Griekenlandkenner Frederiek Lommen schreef op haar weblog Ander Griekenland over

Een voor vrouwen ontoegankelijk stukje Europa


Verder dan hier mag ik niet. Ik sta voor een grote muur, met daarop een hek. Verschillende borden maken duidelijk dat de rest van het schiereiland waarop ik me bevind, verboden terrein is. Er hangt een in rood en wit uitgevoerd stop-bord. Daarnaast een groot bord waarop in verschillende talen staat vermeld dat het betreden van het gebied achter de muur verboden is en dat overtreders van deze regel zullen worden vervolgd. Ook staat er een zwart met geel bord waarop een grote zwarte adelaar prijkt en de 3 belangrijkste regels iets specifieker worden uitgelegd. Eén: het gebied achter de muur is verboden voor mensen zonder vergunning. Twee: het is niet toegankelijk voor vrouwen. Drie: toegang tot het gebied (voor hen die geen vrouw zijn en die een vergunning hebben) is alleen mogelijk via het dorp Ouranoupolis.

Ik bevind me op het schiereiland Athos, ook wel de Heilige Berg genoemd. Op dit schiereiland bevinden zich talrijke kloosters, kleinere leefgemeenschappen en ook eenpersoons verblijven, zogenaamde skiten. In de 7e eeuw vestigde zich hier, naar alle waarschijnlijkheid, de eerste monnik. De bloeitijd van de kloostergemeenschppen vond plaats in de Byzantijnse tijd. Tegenwoordig zijn er nog 20 kloosters bewoond. In al deze verschillende soorten gemeenschappen wonen alleen mannen. Dat is op zich geen unicum in het kloosterleven. Wat wel bijzonder is, dat het bezoek aan de gehele republiek ook alleen aan mannen is voorbehouden. En zo’n bezoek is niet eenvoudig. De geïnteresseerde man moet een vergunning halen bij het Athos Consulaat in de meer dan 100 kilometer verderop gelegen stad Thessaloniki. Met die vergunning is het geoorloofd een paar dagen door het gebied te trekken. Per dag worden 10 niet-orthodoxe mannen toegelaten, en ongeveer 100 orthodoxe gelovigen. Overnachtingen zijn gratis, die vinden plaats in een van de kloosters. Daar wordt ook eten en drinken aan de gasten verstrekt.
Ouranoupolis is het laatste dorp voor de grens.


Daar was ik zonet nog. Het dorp leeft van het toerisme. De vele hotels, restaurants en barretjes proberen geld te verdienen aan de nieuwsgierige bezoeker. Touringcars verzamelen zich op de grote parkeerplaats aan het einde van het dorp. In Ouranoupolis vertrekken ook de bootjes met degenen die de republiek wel kunnen betreden; de mannen die een visum hebben en de monniken die hier wonen.

Ik was nieuwsgierig naar het echte eindpunt, en ben vanuit de parkeerplaats doorgelopen. De zandweg loopt langs huisjes en kleine wijngaarden. Zou er toch een plek zijn waar je gewoon de grens over kunt? Nee, ook deze zandweg eindigt na ongeveer 2 kilometer. Daar staat de muur met al die borden, geflankeerd door een politiepost. De Griekse vlag en de zwart-gele vlag met de adelaar, symbool van Athos, wapperen in de wind. Voor mij als vrouw is er maar één mogelijkheid: in Ouranoupolis kan ik voor ongeveer 15 euro een ticket kopen voor een boottochtje, waarbij de schipper rond het schiereiland vaart. Wel moet daarbij de minimale afstand van 500 meter van de kust in acht worden genomen.

‘s Avonds in mijn hotel ontdek ik nog een tweede mogelijkheid: via de officiële website van Athos kan ik de republiek virtueel bezoeken. Ter afsluiting steek ik met een paar muisklikken in het klooster Xenophon een kaarsje op.

Macedonië, 11 september 2009